Het vrijstellingbedrag dat als drempelwaarde wordt
gehanteerd, wordt bij wet vastgelegd.
Deze drempelwaarde wordt als volgt berekend: men
vertrekt van het tarief van de verzekeraar tot wie de
consument zich heeft gericht. Men neemt in dit tarief
de laagst mogelijke premie (vb. voor een bestuurder
van middelbare leeftijd, die op het platteland woont
en die een bonus-malus graad heeft van 0) die voor
het te verzekeren voertuig van toepassing is.
Men vermenigvuldigt dit bedrag met 3 om de
drempelwaarde te verkrijgen.